Een stichting voor de huishoudelijke hulp

Twee-en-een-half jaar geleden stelden we de uitgangspunten voor een vernieuwde huishoudelijke hulp vast met meer toekomstperspectief voor alphahulpen, een wijkgerichte aanpak en een betere kwaliteit van zorg voor de cliënten. Nu stelt het college voor de tweede maal een stichting voor als organisatievorm die onze doelen het beste dient. Terecht? Wij denken van wel. Hoewel een coöperatie of werknemerscoöperatie een goede optie kunnen zijn, heeft een stichting – naast dat zij voldoet aan de genoemde uitgangspunten – het voordeel van een eenduidige manier van communiceren en werken via één systeem. Op sommige plekken in het land is gekozen voor een samenwerking van meerdere organisaties in een coöperatie of andere vorm, maar dit blijkt in de praktijk stroef te verlopen vanwege de diversiteit aan werkwijzen. Een werknemerscoöperatie zou een goede optie zijn indien de alphahulpen positief staan tegenover het idee van een eigen planning en administratie bijhouden. Van de mensen die gevraagd zijn geeft echter het merendeel aan zich liever te beperken tot het huishoudelijke werk.
Een aantal partijen geven aan na vele uren praten en vele bladzijden tekst nog onvoldoende informatie te hebben. Wat ons betreft was het besluit afgelopen maandag al genomen, want alle betrokkenen hebben lang genoeg gewacht en het is de hoogste tijd voor actie.Bij de keuze voor een stichting hebben wij een drietal aandachtspunten om de komende tijd verder uit te werken.
Ten eerste is de aansluiting bij rest van het sociaal domein niet of nauwelijks beschreven. Dat terwijl telkens is het belang van een goede samenhang is genoemd. Een integrale en kwalitatief hoogwaardige intake voor het hele sociaal domein kan de benodigde brug slaan.

Een tweede punt is het bieden van maatwerk dat aansluit bij de behoefte van de cliënt. Om dit mogelijk te maken is flexibiliteit in inzet nodig, maar de indicatiestelling blijft in grote lijnen gelijk met vaste uren die door Het Plein (of de opvolger daarvan) vastgelegd worden in een overeenkomst. Hier is het nodig een visie te ontwikkelen op hoe ruimte te creëren voor vernieuwing in het algemeen en flexibiliteit in het bijzonder.
Tot slot roept kiezen voor een stichtingsvorm twijfel op vanwege het bedrijfsrisico en omdat er voorbeelden zijn van direct aan de gemeente gelieerde organisaties die onvoldoende functioneren en waar we als gemeentebestuur te weinig  grip op hebben. (Denk aan Het Plein, OvPlus). Onze oproep aan het college is om samen met de raad zorg te dragen voor een heldere opdrachtformulering zodat op basis daarvan voldoende sturing gegeven kan worden.